Cultuurschok……..

Vanavond had ik drie jonge dames op bezoek die in de zomervakantie naar Zambia zijn geweest om daar aan een project te werken om te helpen met een school te bouwen.
Drie of vier weken zijn ze daar geweest en hielpen met de bevolking daar om de school te bouwen. Stenen sjouwen, metselen, van alles hadden ze gedaan. Ze waren daar met een grote groep jongeren via een project waar hun kerkgemeenschap ook achter stond en hadden zich aangesloten bij https://www.worldservants.nl/
Slapen in een van de klaslokalen op luchtbedden onder klamboes waarvan de ramen dichtgemetseld waren zodat de lokale bevolking niets kon zien van hun luxe die ze in verhouding met de bevolking zelf hadden.
Zoals ze vertelden dat de keuken waar hun eten werd klaargemaakt helemaal hoog omheind was. Er werd gekookt door een lokale kok die opgeleid was door worldservants waarbij rekening gehouden werd met het gebruik van water uit pakken en meer hygiënische omstandigheden.
Het werken samen ging goed, een aantal Zambianen sprak Engels en voor de rest was het handen en voetenwerk en leerden ze een aantal woorden in de lokale taal Bemba.
Het was de meiden 16, 16 en 17 wel opgevallen dat hoewel de mensen daar veel minder materiële dingen hadden wel tevreden waren met wat ze hadden. En ook alles wat ze hadden of konden krijgen werd gebruikt. Zo gingen ze een keer pannenkoeken bakken bij mensen thuis en daarvoor hadden ze plastic kant en klaar flessen meegenomen waarmee je zo blijkbaar door te schudden pannenkoekenmeel van kan maken. Nog nooit gedaan maar goed.
Na afloop wilden de mensen graag de lege flessen bewaren die konden ze weer gebruiken om drinken in te doen.
Op mijn vraag of het geen cultuurschok was kwam het verrassende antwoord dat het eigenlijk toen ze terugkwamen in Nederland meer een cultuurschok was.  Een meisje vertelde dat ze onderweg gebraden kippen aan het spit zag die mensen nonchalant kochten voor 5 euro. Terwijl de mensen daar zo hard moesten werken om zo’n kip te kunnen kopen.
Of het grote aantal auto’s, daar reden ze met zijn 30 en in een oude truck achterin die het soms ook nog niet goed deed.
Mijn zachte stoel in het vliegtuig vertelde een van de meiden, had weken niet op een zachte stoel gezeten.
Alle drie waren ze een ervaring rijker, hadden voordat ze gingen al allerlei activiteiten georganiseerd zoals een bazar, verkopen van oliebollen, klusjes doen voor mensen, om de reis te bekostigen en het project te kunnen ondersteunen.
Het project werd ook na afloop officieel overgedragen aan de overheid die daarna zorgde dat het in stand gehouden en ondersteund werd in samen werking met de Stichting waarvoor ze uitgezonden waren. De school was voor leerlingen in de basisschoolleeftijd. Hoewel dat ook wel kon verschillen vertelden ze want in een groep 6 bijvoorbeeld zaten ook wel kinderen van een jaar of 14. Die gingen een tijdje naar school als er geld was, was het geld op gingen ze een poosje niet meer om later weer terug te gaan.  Als je hier in Nederland een week niet op school komt dan staat meteen de leerplichtambtenaar op de stoep bij wijze van spreken dan om even het verschil aan te geven.
Ze waren in die weken ook nog een paar keer op excursie geweest in Zambia. Naar een bananenplantage, op safari, lokale markt bezocht, gesproken met lokale vrouwen en naar de voetbalwedstrijd Zambia Nederland die daar speelde toen ze daar waren.
Ik had best bewondering voor die toch nog heel jonge meiden, een was nog nooit zonder haar ouders op stap geweest en nu meteen zo’n reis en zo ver weg, die haal je niet even op als het niet gaat. De andere twee waren al eerder een paar maanden op stage in andere landen geweest.
Wat me ook wel opviel bij die meiden dat ze zo zelfverzekerd vertelden over alles, alsof ze door dit project ook “gegroeid” waren. Vond het echt leuk om met ze te praten.