Ploft een vrouw neer bij de Hema

inspiratie-etenbijhema
Maandag zat ik een bakje te doen bij de Hema en naast me gaat een mevrouw zitten, ze zegt “ik plof gewoon naast je neer”.
Nou ja antwoord ik, het is gelukkig een zachte bank dus dan valt de plof nog wel mee.
De eerste tonen zijn gezet voor een gesprek blijkbaar want de mevrouw gaat meteen verder met het vertellen dat ze een lekke band had met haar auto, ze zo lang moest wachten en het heel koud had gekregen.
“Heb al een broodje haring op” vertelde ze “en nu neem ik nog lekker een bakje koffie hier dan ben ik weer opgewarmd”.
Ik vraag of de WW haar band heeft gemaakt en dat was het geval. Het gesprek gaat zo verder over de service van de WW, ik vertel dat ik voor mijn fiets ook een WW verzekering hebt en dat ze zelfs thuis komen om een band te plakken als ik een lekker band zou krijgen in de buurt van mijn huis.
“Woon je hier in de buurt” vroeg ze en ik vertelde dat ik in een gemeente zo’n 10 km verderop woon. “Daar heb ik twee zussen wonen” zei ze daarop en ik vroeg hoe ze heten. Ze vertelde hun namen en ik kende ze allebei en vertelde dat ook.
“Waar ken je ze van” vroeg ze me. Tja waar ken ik iemand van zei ik, van scholen, jeugdwerk, werk voor de krant. Gewoon zoals je op een dorp veel mensen leert kennen, niet direct vrienden maar wel redelijk goed kent. Heel toevallig had ik met haar zus een paar weken geleden nog heel lang staan praten bij de kringloop. Haar kinderen kwamen ook altijd in het Huttendorp toen ze die leeftijd hadden. volleybalvereniging-hellas-nunspeet-dames1-bijpraten-800x500_c En met de andere zus heb ik een aantal jaren de catering verzorgd bij een grote rommelmarkt die destijds ieder jaar georganiseerd werd door een club waar Peter op zat en haar kinderen ook.
Ze vertelde dat ze zelf in mijn geboortedorp woonde en waar ze woonde. Ze vroeg mijn naam en meteen zei ze, ben je familie van Kees die sporthalbeheerder was. En ik zei dat hij mijn broer is die al weer bijna 9 jaar geleden is overleden. Zelf had ze altijd volleybal gespeeld en was hem daar vaak tegengekomen.
Wat een kleine wereld leven we toch in soms. Elkaar nooit gezien en toch zoveel mensen gemeenschappelijk kennen. Zo gaat een “vreemd” iemand naast me zitten en zo hebben we gewoon zo’n ontzettend leuk gesprek met elkaar. Hoe leuk is dat.