Was het gisteren?

Was het gisteren dat ik je voor het eerst je schaatsjes onderbond en we het ijs opgingen. Je vond het geweldig, er niet af te slaan en ik ook niet.
Naar de ijsbaan of in de polder, op het slootje voor het huis. Je had het snel onder de knie en al heel snel ging je stoer met je handen op je rug rijden. Zelfs als het al begon met dooien ging je nog naar de ijsbaan om te schaatsen. Een landijsbaan dus er door zakken zou hooguit een paar natte voeten opleveren.
De keer dat je een jaar of 8 was en nog een poosje buiten op het slootje mocht schaatsen ’s avonds. Ik ging mee met de hond om het toch maar in de gaten te houden. Heel de middag was er door alle kinderen geschaatst maar blijkbaar was er toch ergens een gat gekomen in het ijs en precies daar schaatste jij in. Wat was je geschrokken, geen diepe sloot, had je zo op de kant en weer in huis. Je was toch goed geschrokken van het koude water en heel eerlijk vond ik dat niet erg en dacht ik, dat maakt je wel wat voorzichtiger. Met vrienden later lange tochten als er ijs was in de polder maken. Meedoen met schaatstochten. En nog steeds doe je graag zodra het kan de ijzers onder om te gaan schaatsen.
Was het eergisteren dat ik mijn schaatsjes onder gebonden kreeg in huis want rondom ons huis waren sloten. Mijn moeder droeg ons naar het ijs en de hele buurt was aan het schaatsen. Met elkaar veegden we het stuk ijs tussen twee bruggen schoon en hielden het ook schoon. Ik kon er niet genoeg van krijgen. We wisten iedere wel en wak te vinden, in die tijd moesten de boeren nog brandwakken hakken, afgebakend met takken. Als we weer naar binnen gingen stond de dampend hete chocolademelk op ons te wachten.
Mijn ouders schaatsten allebei niet maar een aantal buren konden goed “zwieren” en die leerden dat aan alle kinderen die dat leuk vonden. En ’s avonds naar de ijsbaan in het dorp. Dan mochten we niet onderdoor over het ijs schaatsend er naar toe maar moesten over de dijk van mijn moeder.
Tot de middelbare school had ik doorlopers die ook weer ergens gekregen waren, een doos met schaatsen die ieder jaar gepast werden, wie welke zou passen.
Op de middelbare school was ik de enige die nog geen kunstschaatsen had, mijn oudste zus had ze en mijn jongste zusje had ze van iemand gekregen. Mijn oudste zus vond dat zo zielig dat ik van haar eerst verdiende geld echte Nooitgedagt kunstschaatsen kreeg. Wat was ik er blij mee en ben ik er altijd zuinig op geweest. Zelfs een vriendin van Peter heeft er nog ooit op geschaatst. Later kwamen er noren en gingen we poldertochten schaatsen.
Was het vandaag dat ik filmpjes en foto’s kreeg van Yenthe op de schaats, zo te zien is het een kind van haar ouders want ze vindt het zo leuk. Ik geniet er met volle teugen van. Iedere dag stuurt Peter weer filmpjes door.
Zelf schaatsen doe ik niet meer maar vandaag wel een rondje gefietst en gewandeld door de polder en de Loet waar volop geschaatst wordt. Ik zie mensen onder de bruggen doorgaan en ik voel nog hoe dat is, zeker als je wel eens een brug verkeerd inschatte en net je rug of kop stootte of net te weinig vaart had om er helemaal onderdoor te komen. Het hoort er allemaal bij.
Net zoals vallen op het ijs. IJs moet betaald worden zei mijn moeder altijd, iedere keer als je valt is het een dubbeltje. Kijk maar in het ijs daar zie je die dubbeltjes allemaal zitten.
En bij thuiskomst vandaag na twee en een half uur buiten te zijn geweest herkende ik dat gevoel van vroeger.
Eerst krijg ik het warm als ik binnen kom, maak een warme beker chocolademelk. Daarna ga ik rillen, voel me van de warmte rozig worden. Sommige dingen veranderen nooit en ik hoop dat het zo blijft en ook Yenthe nog veel keren mag genieten van het schaatsen en de winterpret.