Geuren

lathyrus1Toen ik vanmorgen door de polder fietste zat ik zo te denken aan het WE300  woord, ik rook het net gemaaide gras en ik kreeg meteen inspiratie waarover mijn WE zou moeten gaan.
Want wat is er heerlijker om het zalige aroma van het pas gemaaide gras te ruiken of het liefst ’s avonds met lekker warm weer het gedroogde hooi te ruiken dat de boeren aan het binnenhalen zijn.

Ik ben toch een snuiver en dan in de goede zin van het woord. Als ik ergens loop op straat en er staan bloemen in tuinen moet ik me soms echt bedwingen om niet even te gaan snuffelen aan de planten.
Een enkele keer doe ik het gewoon en dat leverde me van mijn zoon wel eens zo’n gegeneerde blik op van ma ben je nou helemaal gek, je gaat toch niet in andermans tuinen staan snuiven.

Maar ik vind het gewoon fijn en mijn tuin bevdaglelieat dan ook veel planten met lekkere aroma’s zoals de sering, de daglelies en dit jaar zelf opgekweekt vanuit zaadjes de lathyrus die uitbundig groeit en bloeit tegen de piramide die ik er voor gebouwd heb.
Op een warme april/mei avond (ja die bestaan echt) als ik in de tuin zit en dan opeens de seringenlucht als uit het niets me verrast.

Even mijn handen door de lavendellathyrus halen, er aan ruiken of in zakjes verpakken en ergens ophangen.
De muntplanten die zo zalig ruiken maar nog lekkerder smaken, zo groot nu dat ik iedere dag wel een kop thee er van kan drinken.

En zo kan ik eigenlijk nog wel even doorgaan.
Ik heb de luxe van overdekte waslijnen en wat is er heerlijker dan ’s avonds onder mijn buiten gedroogde lakens, die kostelijke lucht op te snuiven om daarna naar dromenland te vertrekken.

Meer verhalen WE300 bij Plato:
http://platoonline.wordpress.com/2013/06/21/de-paragnost-en-een-nieuwe-we-300/